Aulonocranus dewindti

Aulonocranus dewindti

Aulonocranus dewindti

Lengte: 15 cm - 10 cm
Legsel: 30 eieren
Aquarium: 140 cm - 350 liter
Voeding: Witte, zwarte muggenlaren, mysis, daphnia, artemia, vlokvoer etc.
Verspreiding: Komt voor in het gehele meer, ontbreekt alleen in het noordelijke helft van Burundi.
Habitat: De A. dewindti wordt aangetroffen in de overgangszones op diepten van 1 tot 10 meter.


Ervaring: Deze soort is een van de vedervinnigen, ondanks het feit dat de borstvinnen niet heel lang uitgroeien.
Ik heb deze soort gehouden in een groepje van 6 individuen. 2 mannetjes en 4 vrouwtjes. Als de dieren jong zijn hebben ze een zilveren kleur. De mannetjes krijgen met het ouder worden een paarsblauwe kleur op de flanken. Deze kleur kan per geografische vindplaats verschillen. De mannetjes graven een kleine kuil in het zand of grind. Daarvoor zijn ze uitgerust met een relatief grote bek. De vrouwtje zwemmen vaak in een groepje of hangen op 1 bepaalde plek.
Met name de mannetjes kunnen fel uit de hoek komen, het komt echter nooit tot ernstige verwondingen.

Kweek: Het mannetje lokt een vrouwtje uit de groep naar zijn gegraven kuil. De vinnen van de man worden daarbij heel donker gekleurd. In het 'nest' legt het vrouwtje een aantal eieren (afhankelijk van haar leeftijd) en daarna neemt ze wat sperma van het mannetje in de bek. Dit is reeds door het mannetje in de kuil losgelaten. Het vrouwtje zondert zich tijdens de broedzorg wat van de groep af. Na een kleine maand worden de jongen losgelaten, en zwemmen dan in een klein schooltje door de bak. In mijn bak deden ze dat vaak maar een dag, omdat ze daarna werden opgegeten.
Ik heb ze ook een aantal keer uitgevangen en in een aparte opgroeibak gezet. Daarin groeiden ze snel op.