Gedrag van de cichliden

Gedrag van de cichlidenDit artikel zal vooral over de gedragingen van cichliden gaan. Het artikel is gebaseerd op de waarnemingen van Wolfgang Steack die in het boek "Handboek voor de cichlidenliefhebber" zijn vermeld.
Cichliden zijn in de loop der jaren heel erg populair geworden vanwege hun prachtige kleuren en gedrag, kwa broedzorg en vechtgedrag waar weer mooie patronen en kleuren te voorschijn komen. De cichliden werden in een later stadium erg aantrekkelijk voor biologen en wetenschappers en deze hebben daarom vele cichliden naar Europa gebracht waardoor er meer bekendheid kwam. Wetenschappers en biologen vinden de cichliden uit het Tanganyikameer erg interessant, vanwege er zoveel soorten zijn ontstaan, terwijl de cichliden niet in of uit het meer kunnen zwemmen. Ook zijn de kleuren ten opzichte heel anders in het Malawimeer dan in het Tanganyikameer. Maar het gedrag scheelt niet veel onder de cichliden. Ze hebben namelijk allemaal een vecht, seksueel en broedzorggedrag. Hieronder zal ik proberen uit te leggen wat deze 3 gedragingen allemaal inhouden.

Vechtgedrag

Het vechtgedrag wordt in het aquarium vaak waargenomen. Dat de meest mooie cichliden ook juist de agressiefste cichliden zijn is vaak bekend bij gevorderde aquarianen. Dit komt doordat cichliden hun territorium verdedigen door signaalkleuren, waarbij ze hun prachtkleed etaleren voor soortgenoten. Met deze functie van het prachtkleed hangt ook samen dat jonge mannetje van soorten waarbij seksueel dimorfisme optreedt, bij de aanwezigheid van sterkere mannelijke soortgenoten, pas heel laat of helemaal niet op kleur komen. Het prachtkleed zou onmiddellijk opvallen bij het dominerende mannetje waardoor het jongere mannetje gelijk aangevallen zal worden, terwijl het jeugdkleed geen agressie opwekt.
Voor de meeste cichliden is het namelijk een voorwaarde om eenXenotilapia melanogenys territorium te hebben om tot voortplanting te komen. In dit territorium worden vaak soortgenoten en bij sommige cichlidensoorten ook andere soorten cichliden of non-cichliden verjaagd zodat er een betere verdeling van de soort over de beschikbare ruimte worden gewaarborgd en de bevolkingsdichtheid wordt gereguleerd. Hierin zie je ook veel verschil met hoeveel cichliden sommige leven in een territorium. Zo kan het dus voorkomen dat bijvoorbeeld een Cyprichromis helemaal geen territorium heeft maar een Boulengerochromis microlepis dit vrijwel alleen tijdens de broedzorg heeft. Sommige cichliden leven solitair in hun territorium zoals de Xenotilapia melanogenys deze lokken de vrouwtjes alleen om te paren en de vrouwtjes zullen daarna weer hun weg vervolgen. Ook zijn er cichliden die in een grote familie leven zoals de Neolamprologus brichardi. Er zijn dus vele manieren van territoriums die een bepaalde soort heeft.
Gevechten tegen soortgenoten gaat om fundamentele levensbehoefte. Dit zijn voedselbronnen, toevluchtsoorden, schuilplaatsen, voortplantingspartner of een plaats om eieren af te zetten. Deze gevechten zijn van grote waarde voor het in stand houden van de soorten en de selectieve waarde die de gevechten hebben. Omdat zwakke en zieke individuen geen territorium kunnen bezetten en daardoor van voortplanting worden uitgesloten, wordt het door de rivaliteitsgevechten waarschijnlijker dat slechts de sterkste dieren hun erfelijke aanleg aan de volgende generatie doorgeven. Hoewel intra-specifieke gevechten dus duidelijk een functie hebben voor de instandhouding van de soort, zou het biologisch natuurlijk niet zinvol zijn als soortgenoten elkaar voortdurend ernstig verwonden of zelfs zouden doden. Daarom zijn er een aantal agressie remmende of agressie begrenzende mechanismen, die de frequentie en de hardheid der gevechten verminderen. Je kunt goed in het aquarium waarnemen dat de cichliden een verdeling maken in het aquarium. Als er namelijk een gevecht is geweest en de territoria zijn bevestigd en de bezitsverhouding duidelijk zijn, wordt er nog slechts zelden werkelijk gevochten omdat cichliden niet slechts de verschillende territoria bezetters kennen, maar ook het verloop der territoriumgrenzen onthouden en over het algemeen respecteren. In principe geldt het als een bepaalt mannetje een steeds groter territorium krijgt zijn agressie afneemt en zelfs zodra hij in een vreemd territorium komt de bereidheid tot vluchten de overhand neemt. Hierdoor zal een heel sterk mannetje niet ineens een territorium kunnen krijgen van bijvoorbeeld 4 meter breed terwijl hij normaal maar een 1 meter breed territorium nodig heeft.

Tropheus moorii Ilangi

Sommige cichliden leven ook in een familie of in groepen hier is de Tropheus een mooi voorbeeld voor. Zodra een cichliden in een groep leeft dan is de agressie vaak verdeeld onder meerdere cichliden en zal de agressie ook minder zijn doordat er een zekere rangorde is in de groep. De rangorde wordt door een gevecht bepaald maar als eenmaal een cichlide een nederlaag heeft geleden dan zal hij gedurende een lange tijd geen gevecht meer aangaan met de overwinnaar. Er is altijd in een groep 1 mannelijke cichlide de baas en deze wordt vaak als Alpha-man aangeduid. Een Alpha-man wordt dikwijls al vanwege zijn grootte en lichaamskracht en niet altijd alleen om zijn bereidheid tot vechten door de andere leden van de groep als zijnde dominant erkend.
Door deze rangordes is het vaak moeilijk een soortgenoot erbij toe te voegen vanwege deze gelijk op de proef wordt gesteld en dus gevechten ontstaan. Vaak kan dit fout aflopen met als gevolg de dood. Het is daarom ook altijd verstandig als je een nieuw lid of leden toevoeg aan een bestaande groep om dan gelijk de inrichting te veranderen. Een nieuw lid zal net als de zwakste cichliden uit de groep zich moeten bewijzen door zich trapsgewijs omhoog moeten vechten. Deze gevechten worden vaak spiegelgevechten of toernooien genoemd en ze zijn er om de krachten te meten van de cichliden. In deze gevechten worden geen levensbedreigende verwondingen aangebracht bij beide cichliden. Toernooien bestaan uit erfelijke vastgestelde, volgens een vast patroon verlopende handelingen, die door een groot aantal prikkels en reacties tot een regelrechte keten van handelingen zijn vervlochten en die daarom meestal in een bepaalde volgorde optreden. Door hun gedrag veroorzaken de met elkaar vechtende vissen wederkerig zeer bepaalde reacties, die dan weer de sleutelprikkel vormen voor de antwoordhandelingen van de tegenstander. Er zijn uiteraard ook rangorde gevecht op een andere manier, namelijk in een soortenbak. Hier worden vaak verschillende soorten cichliden in gehouden en dan heb je ook vaak een bepaalde Alpha-man in zo’n aquarium.
Deze gevechten hebben zoals nu bekend een bepaald patroon alleen soms kan het voorkomen dan een bepaald gevecht eerder afloopt dan normaal. Het kan namelijk zo zijn dat 1 cichlide minder agressief is dan de ander en hierdoor opgeeft of als 1 cichlide een stuk fysiek sterker is dan de ander. Ook kan het zo zijn dat er een aantal gevechtsrituelen worden overgeslagen omdat beide cichliden erg agressief zijn, maar dan dikwijls beide terugvallen op een bepaald niveau dat lager is dan normaal vanwege ze dan beide erg uitgeput zijn en hun agressie minder is geworden en op dat niveau minder wordt gevochten.
In het aquarium wordt ook vaak het imponeren waargenomen. DitLamprologus ocellatus vs Juldiochromis Flankdreigen gebeurd op de grens van de 2 territoriums waarbij de cichliden zich zo groot mogelijk proberen te maken. Dit gebeurd door het opzetten van de kieuwen en door het spreiden van de vinnen waardoor ze de lichaamsomtrek vergroten, terwijl bij vele soorten de opvallende gekleurde huid tonen en de mondbodem en keel naar beneden worden uitgezet. Bij het imponeren tonen de dieren altijd hun prachtkleed. Dit is vaak het eerste wat je ziet en hier wordt ook al vaak beslist wie de winnaar is, omdat de territoriumhouder de neiging heeft om te vechten voor zijn territorium en de ander dat territorium niet kent en de neiging heeft te vluchten. Maar dit kan ook andersom gebeuren wegens cichliden een goed inschattingsvermogen hebben. Als er namelijk een tegenstander te groot ten opzichte van zijn eigen lichaamsgrootte dan weet de territoriumhouder dat hij dat niet gaat winnen dan zal hij vluchten.
Het spiegelgevecht kent een aantal fases zoals ik hierboven al had vermeld. Deze fases worden tijdens het imponeren uitgevoerd en deze worden stap voor stap uitgelegd.


Fases spiegelgevecht:

» Flankdreigen: Dit is het eerste stadium van het vechtgedrag.Callochromis melanostigma Beide cichliden staan evenwijdig tegenover elkaar alleen wel op geringe afstand. De cichlide nemen een dreigende houding aan en dan worden de aanvalswapens getoond. Hier wordt vaak de bek geopend waardoor ze hun tanden tonen.

» Staartslagen: Het flankdreigen wordt meestal snel gevolgd door staartslagen. In deze fase raken ook hier de cichlide elkaar nog niet aan. De cichlide oefenen hier hun kracht uit door uit te halen met gespreide vinnen zodat er een bepaalde waterdruk ontstaat en deze zal de zenuwen van de zijlijnorgaan prikkelen van de tegenstander, die in dienst staan van de tastzin op afstand. Als hieruit blijk dat de 1 sterker is dan de ander dan stopt het gevecht al.

» Frontaaldreigen: Frontaaldreigen is eigenlijk hetzelfde als flankdreigen alleen hier staan de cichlide schuin naar onder en laten ze goed de rugvin zien in combinatie weer met dreigen van de tanden en kieuwen.

» S-vormige kromming: Als de motivatie tot het vechtgedrag toeneemt, zal het frontaaldreigen samen gaan met de S-vormige kromming die de cichliden aannemen. Dit is een aanvalsbeweging waarbij de kop en staart in tegengestelde richting worden gebogen. Dit zie je vaak bij bestaande territoria van 2 cichliden die elkaar al langer kennen, wordt er op deze wijze vaak met aanvallen gedreigd, doch komt het zelden tot een gevecht.
» Bekvechten: Hier gaan de cichliden echt vechten door elkaar aanTropheus moorii Ilangi de kaak vast te pakken. Het bekvechten kent vele manieren vanwege iedere familie een bepaalde systematische waarde geeft aan een bekgevecht. De cichliden pakken de kaak waarvan 1 de onderkaak en de ander de bovenkaak. Hierna wordt er vaak getrokken om te kijken wie er sterker is. Dit kan uren duren als de cichliden gelijkwaardig aan elkaar zijn. Dit vechten is erg vermoeiend voor een cichlide vanwege hij nu niet normaal kan ademen en daardoor al snel zuurstofgebrek krijgt. Er zijn ook nog andere vormen in de vechten zoals sommige cichliden i.p.v. trekken dan duwen of een combinatie van duwen en trekken. Er zijn ook afwijkende vormen van bekgevechten: ze pakken elkaar niet vast, doch proberen hun tegenstander met wijd geopende, tegen elkaar geperste bekken weg te duwen of naar beneden te drukken.

» Ramstoten: Vaak is het na het bekvechten als klaar en zal de verloren cichliden het territorium van de overwinnaar verlaten. Maar sommige Afrikaanse cichliden zullen hierna nog doorgaan door om elkaar te gaan circuleren en proberen ramstoten uit te delen aan de achterkant van de tegenstander. Hierdoor zullen de cichliden eerst rustig maar steeds sneller rondjes om elkaar heen zwemmen om een ramstoot te geven. Helaas gaat het hier vaak over van spiegelgevecht op een bloederig gevecht waarbij wel verwondingen worden gemaakt. Gelukkig duren deze gevecht niet lang, omdat 1 van de cichlide zich al snel opgeeft. Ook gebeurt dit niet vaak, omdat soortgenoten via de intraspecifieke gevechten elkaar niet verwonden maar elkaar proberen te verjagen.

» Vluchten: Na de ramstoten volgt er niets meer en zal de verloren cichlide zo snel mogelijk proberen te vluchten. Hier maakt hij zich gelijk klein en zal zijn prachtkleed gelijk veranderen in een onopvallend kleed. Dit werkt bij de winnende cichlide een agressie remmende werking op en is dan ook het tegenovergestelde van het imponeer- en dreiggedrag. Als het zwakkere dier in de fase echter verhinderd wordt om te vluchten, is het blijven in het territorium van de winnaar weer een prikkel om aan te vallen en dan is toch vaak de dood als gevolg hiervan.

Vaak vinden mensen het erg als cichliden vechten en op zich is dat te begrijpen. Alleen cichliden horen te vechten in de natuur en in het aquarium, het is namelijk zo als ze niet vechten dan voelt de cichliden zich niet lekker. Dit verklaart namelijk ook waarom cichliden nooit vechten bij een handelaar, omdat ze daar in kleine en steriele bakjes zitten en zodra ze in een normaal aquarium zoals bij jou thuis gelijk gaan vechten. Kijk dus altijd goed zodra je de vissen in je aquarium plaats of het goed gaat tussen de cichlide, zo niet dan zal je de zwakkere of juist de dominantste cichlide moeten verwijderen voordat er doden vallen.


Seksueel gedrag

Onder seksueel gedrag wordt verstaan het zullen gaan voortplanten van de cichliden die bewegingen maken die tot het baltsrepertoire behoren. Onder het begrip balts verstaat men alle gedragingen die zich voordoen vanaf het contact tussen mannetjes en vrouwtjes tot aan de afgifte der geslachtsproducten. Het baltsgedrag heeft een groot aantal bijzonder belangrijke functies.
De eerste taak van het baltsen is het herkennen en lokken van een vrouwtje en het daarna vormen van een paartje. Cichliden gebruiken optische prikkels om een vrouwtje te lokken. De belangrijkste signalen zijn de kleuren en bewegingen die de man maakt. Of er ook lokstoffen worden gebruikt is nog niet bekend. Doordat cichliden optische prikkels gebruiken is het voor de vrouw mogelijk om een soortgenoot te vinden, omdat de kleurpatronen soortspecifiek zijn. Cichliden krijgen tijdens de geboorte een aangeboren reactiemechanisme mee waardoor ze alleen op de baltsgedragingen reageren van soortgenoten waardoor soortvreemde cichliden niet met elkaar paren.
Het baltsen is voor cichliden van groot belang dat dit goed verloopt vanwege bij cichliden de voortplanting buiten het lichaam plaats vindt. Het is daarom zeer belangrijk dat alles synchronisch loopt zodat de geslachtproducten op het juiste moment worden afgegeven.
Zoals bij vechtgedrag is aangegeven dat 2 soortgenoten niet in 1 territorium kunnen zijn wordt tijdens het baltsen veranderd. Er zijn namelijk een aantal soorten cichliden waarbij zowel de man als vrouw identiek zijn aan elkaar. Zodra er een onbekend vrouwtje bij het mannetje in zijn territorium zal komen, dan zal het mannetje een aanval maken op het vrouwtje. Maar zodra de vrouw gaat baltsen voor de man zal de agressie van de man minimaal worden waardoor er een paartje kan vormen. Het vechtgedrag en seksueel gedrag liggen heel erg dicht bij elkaar. Het kan zelfs zo dermate hetzelfde zijn dat dezelfde bewegingen worden gemaakt bij het baltsen als om een soortgenoot af te schrikken.
In tegenstelling tot het vechtgedrag, dat bij cichliden min of meer een gelijk schema aflopen is bij het baltsgedrag 2 verschillende gedragspatronen te onderscheiden. Deze 2 verschillende gedragspatronen kun je goed zien in je aquarium tijdens het paren. Tot de ene groep behoren namelijk alle cichliden met paarvorming en tot de andere alle agame cichliden waarbij een dergelijke binding met de seksuele partner ontbreekt. Tot het eerste type behoren alle substraatbroeders en de larvofiele muilbroeders (muilbroeders die pas de jongen in de bek nemen wanneer het larven zijn). Tot de tweede type horen alle ovofiele muilbroeders (muilbroeden al vanaf het eitje) met bepaalde uitzonderingen zoals bijvoorbeeld de Xenotilapia papilio. Hieronder zal vooral de voornaamste gedragspatronen worden weer gegeven van de eerste groep cichliden.
Een paaiwillig mannetje reageert op soortgenoten in eersteCallochromis melanostigma instantie erg agressief door het tonen van imponeergedrag: het kleurenpatroon wordt intensiever, de vinnen worden gespreid en de huid van de mondbodem zakt. Als de andere ook een mannetje is zal er een gevecht plaatsvinden maar is het een vrouwtje dan kan het 2 kanten op. Als het vrouwtje namelijk te kleiner is dan het mannetje en niet paaiwillig zal het na een korte tijd vluchten. Maar is het een vrouwtje dat even groot is of groter en wel paaiwillig is zal zij ook imponerend gedrag vertonen met staartslagen en als de voortplantingsdrift slechts zwak is zelfs bektrekken maar dat gedrag zal al gauw grondig veranderen. Plotseling reageert zij niet meer op het dreigen van de man en probeert ook niet te vluchten. Ze blijft heel rustig staan of vlucht slechts schijnbaar en laat het mannetje steeds weer naderen. In deze fase reageert het vrouwtje op het imponeren van de man waardoor zijn agressie geremd wordt en dikwijls soortspecifiek is. Deze kalmerende gebaren van een vrouwtje, die de eigenlijke balts inleiden, onderscheiden zich dikwijls duidelijk van het onderwerpingsgedrag van een inferieur mannetje. Het vrouwtje legt weliswaar de vinnen aan maar, anders dan bij een overwonnen mannetje, verbleken de kleuren niet en blijft het prachtkleed gehandhaafd.
Bij veel soorten blijkt dus dat het mannetje het vrouwtje pas tijdens deze signalen als paaiwillig vrouwtje herkend. Onderzoekers hebben dit zeer typische gedrag beschreven als symbolisch inferioriteitsgedrag.
De eigenlijke baltshandelingen beginnen zo gauw het mannetje de soortgenoot als een paaiwillige seksuele partner accepteert en zijn agressief gedrag geleidelijk beëindigt. Het baltsgedrag bij de meeste soorten bevatten vaak veel bewegingen maar deze zijn geenszins regelloos of toevallig tijdens de balts worden getoond. De frequentie waarmee ze voorkomen wordt in tegendeel bepaald door de kortere of langere tijdafstand tot het afzetten.
Cichliden hebben verschillende rituelen die ze gebruiken om tot een paartje teLamprologus stappersi komen dit doen de ze door elkaar een aantal keer te passeren dit wordt vaak gezien als een begroetingsceremonie. Ook worden er staartslagen uitgevoerd en het kan voorkomen dat de cichliden gaan kopschudden. Kopschudden kan ook overgaan tot sidderen waarbij de cichliden eerst snel zijn kop heen en weer beweegt en dit kan dan overgaan tot sidderen waarbij heel het lichaam beweegt. Tijdens het sidderen komt er veel voorwaartse kracht vrij waardoor de cichliden ook met alle kracht tegenkracht moet geven met zijn voorvinnen. Ook komt er bij bepaalde soorten voor dat ze een hap in het zand nemen maar er niet op kauwen, dit wordt ook wel ploegen genoemd. Deze handeling is een signaalfunctie waardoor de intensiteit der baltsactiviteiten wordt toegenomen. Na het ploegen komt de afzetting van de eieren erg dichtbij en er wordt nu dan ook op een bepaalde plaats gepoetst. Poetsen doe de cichliden door met zijn lippen een bepaald steen of plant schoon te maken. Vaak wordt deze plek ook als afzetplaats gebruikt. De laatste fase van het baltsen is het leidend zwemmen. Hier zwemt 1 van de cichliden vooraan die sterke uithalende staart en overdreven golvende bewegingen voor de partner uit.
Hiervoor werden vooral de fases uitgelegd voor vrijbroeders. Muilbroeders en Holenbroeders hebben daarentegen iets andere rituelen maar is niet noodzakelijk om dat ook te beschrijven vanwege er vrijwel geen verschil in is. Het enige wat verschil kan bieden is als de man en de vrouw wel verschillend zijn in kleur dat de man dan niet gaat imponeren maar gelijk zal gaan baltsen voor de vrouw.
Wat is wel belangrijk om te weten. Muilbroeders bevruchten hun eieren op een andere soort manier dan vrij- of holenbroeders. Muilbroeders leggen namelijk een aantal eitjes (minimaal 1 en maximaal 3) waarop deze direct in de bek worden genomen door de vrouw, dan zal de man zijn hom in de vrouw haar bek loslaten of de eitjes zijn al bevrucht voordat de vrouw de eieren in de bek neemt.

Ophthalmotilapia ventralisDe meeste ovofiele muilbroeders in de wereld hebben zogenoemde eivlekken. In het Tanganyikameer komt het niet echt heel veel voor maar er zijn toch een aantal soorten die het hebben. Wat zijn eivlekken? Eivlekken zijn de ovale lichte vlekken op de anaalvin. Eivlekken zijn ervoor dat de vrouw denkt dat het eitjes zijn en zal dan ook tijdens het paren happen naar deze vlekken vanwege ze automatisch eitjes wilt opnemen. Tijdens dit happen laat de man zijn hom los om de echte eitjes te bevruchten. Het is nog niet duidelijk als een man zijn anaalvin beschadigd is door een gevecht een succesvolle voortplanting kan maken. Vele onderzoeken zijn er naar gedaan maar telkens was het onderzoek niet volledig genoeg om een vaste conclusie te trekken. Buitengewoon opvallende ei-imitaties zijn onder andere te vinden bij de Ophthalmotilapia-soorten. Ze bevinden zich in de vorm van twee kleine gele lapjes aan het uiterste einde der extreem verlengde buikvinnen, waarvan de uiteinden gespleten zijn.


Broedzorggedrag

Broedzorg wordt als meest interessante beschouwd. De broedzorg vanCyprichromis leptosoma cichliden is makkelijk te bestuderen vanwege je het goed kan observeren in een aquarium en niet alleen in hun natuurlijke habitat. De broedzorg is ontwikkeld om de nakomelingen veilig te stellen. Daardoor zal er altijd gekozen worden voor een plek die geschikt is voor eitjes en larven die genoeg schuilplaatsen bied en voedsel als de eitjes uitkomen. Broedzorg betekent dus in engere zin behoren dus verzorging en voeding van, het leiding geven aan en het verdedigen van eieren en jongbroed tegenover vijanden.

Bij sommige cichlidensoorten is het erg belangrijk dat ze een succesvolle broed hebben van eigen jongen, omdat ze een bepaalde methode hebben ontworpen dat ze de jongen die ze groot gebracht hebben herkennen. Als je dus bijvoorbeeld eieren van een ander paar onder hun neus schuift en deze brengen ze groot, dan zullen ze voortaan elk eigen larf opeten, omdat ze dan denken dat ze niet van hun zijn. Het is dus belangrijk geen eieren van een andere cichliden bij een paaiend stel neer te leggen. Je kunt natuurlijk altijd beter volkomen dan genezen en dit valt dan ook niet te genezen dus laat cichliden hun eigen eieren houden, tenzij zij zelf de eieren of larven adopteren.

Lamprologus ocellatus
Broedzorg kent 3 verschillende vormen. Namelijk muilbroeders, holenbroeders en vrijbroeders. Ook zijn er 4 verschillende soorten broedzorg tussen vader en moeder. Namelijk een ouderfamilie, vader-moeder-familie, moederfamilie en vaderfamilie. In principe kun je al aan de naam zien wie de broedzorg op zich neemt. Bij de ouderfamilie hebben beide ouders een duidelijke arbeidsverdeling namelijk meestal dat de vrouw de jongen beschermd en de man het territorium verdedigd. Bij vader-moeder-familie is het vrijwel hetzelfde alleen is de man meestal een haremvormer en zal dan ook meerdere passerende vrouwtjes proberen te lokken. Moederfamilie is uiteraard dat de jongen alleen worden opgevoed door de moeder en bij vaderfamilie andersom. De meest zeldzame broedzorg kun je zien bij de Neolamprologus brichardi deze leeft namelijk in een familie. Zodra er een paar samenkomt en jongen krijgen dan zullen de jongen in een later stadium de ouders helpen hun zusjes en broertjes te beschermen maar ook hun eigen kinderen of van een ander familielid. Deze broedzorg komt vrijwel bij geen 1 cichliden voor.
Muilbroeders horen tot de meest voorkomende soort van broedzorg bij cichliden. Namelijk de helft van de Tanganyika cichliden doet aan muilbroeden. Als cichliden muilbroeden dan wordt dit vaak alleen door de vrouw gedaan en deze zal de jongen ook alleen op laten groeien. Er zijn ook een aantal biparentele muilbroeders. Dit zijn cichliden waarbij zowel de man als vrouw de eieren in de bek nemen. Meestal doet de vrouw de eerste 12 dagen waarna de man de andere 12 dagen de eieren in de bek heeft. Hierna zijn er nog vele andere soorten muilbroeden van toepassing maar deze zijn niet echt intressant om allemaal te benoemen, vanwege het dan vooral gaat om de tijd die ze muilbroeden of vanaf wanneer.

Ik hoop dat dit artikel je veel informatie heeft gegeven en dat het vanaf nu ook allemaal zal opvallen wat een cichlide nu doet in je aquarium. Ik wens iedereen nog een goed lopende en gezond aquarium toe waar je nog vele jaren mag van genieten.