Lepidiolamprologus attenuatus

Lepidiolamprologus attenuatus

Lepidiolamprologus attenuatus

Lengte: 15 cm - 12 cm
Legsel: 60 eieren
Aquarium: 120 cm - 200 liter
Voeding: Witte, zwarte muggenlaren, mysis, daphnia, artemia, vlokvoer, kleine vissen etc.
Verspreiding: Komt voor in het gehele meer, ontbreekt alleen in het noordelijke gedeelte van het meer.
Habitat: De L. attenuatus wordt aangetroffen in overgangsgebieden op diepten die variƫren van 5 tot 30 meter.


Ervaring: De L.attenuatus is een redelijk forse vis, hij is langwerpig met een spitse bek, daaraan kun je meteen afleiden dat het een rover is.
Hou hem dus ook niet samen met vissen die kleiner zijn als 3 centimeter.
De vis houd zich voornamelijk op bij de bodem, en tussen de rotsen.
Hij is redelijk vreedzaam tegen andere cichlide, en laat hun meestal ook toe in het territorium.
Als ze jongen hebben zijn ze wel een stuk feller, en moet je toch zeker zo’n 50 centimeter van de bak rekenen voor deze vissen.
In een wat grotere bak met niet te kleine vissen is dit een leuke vervanging voor bijvoorbeeld een Julidochromis.

Kweek: De Lepidiolamprologus attenuatus maken een hol onder een steen of onder aan een rots schoon en zeten daar hun eieren af en worden dan bevrucht door de man.
Na een week komen de eitjes uit en zie je visjes met een dooierzak wat ik aan zag voor eitjes.
Het vrouwtje neemt de jongen een voor een of soms twee mee naar een in het zand gesitueerd hol of slakhuis , bij mij was dat twee keer slakhuis en een keer een hol onder een flagstone.
Na een week zwemmen de 6 tot 8 mm kleine visjes rond het nest bij gevaar duiken ze het slakhuis of hol in .
Het nest wordt fel bewaakt door de ouders.