Lepidiolamprologus elongatus

Lepidiolamprologus elongatus

Lepidiolamprologus elongatus

Lengte: 20 cm - 18 cm
Legsel: 250 eieren
Aquarium: 160 cm - 400 liter
Voeding: Alleseter, droogvoer en diepvriesvoer.
Verspreiding: Komt voor in het gehele meer.
Habitat: De L. elongatus wordt doorgaans aangetroffen in rotsachtige habitats en de overgangszones op een diepte van 5 tot 50 meter.


Ervaring: Deze bijzondere en weinige gehouden vis geldt als eerste koop GEEN stelletje!
Als solo is deze vis net zoals de Neolamprologus tretocephalus waarschijnlijk het beste te houden in een bak van tenminste 160 cm en dan heb ik het nogmaals over 1 exemplaar en dan het liefst nakweek en geen wildvang, deze vis heeft ruimte nodig en een wildvang is ruimte gewend!

Wil je dan toch persé een stel (ze schijnen moeilijk te koppelen te zijn, maar wel onderling erg agressief), die van mij koppelden "gelukkig" meteen al dan kom je op zo'n 2 meter uit, en dan met niets anders erbij als meervallen en/of alen, niets wat vrolijk rondzwemt door de bak tenminste, misschien dat je er een typische (vooral ook snelle) rotsbewoner bij kunt zetten.
Zodra er jongen zijn is niets wat rondzwemt nog veilig en zal angstig boven in de hoek van je bak hangen.
Je Elongatussen zullen in rammende Torpedo"s veranderen en je vissen zullen al snel minder vinnen hebben als je gewend was. Hier was 220x90x65 niet voldoende! En jij kijkt ernaar.

Mijn mannetje werd al vlug na het afzetten ziek en is al snel overleden, achteraf heb ik hiermee ontzettend veel geluk gehad. Het lijkt me een afschrikwekkend beeld elke paar maanden een nest van die vissen te hebben.

Kweek: De eieren worden tegen een rotsblok afgezet en komen na 6 dagen uit en door het vrouwtje in een kuil onder een rots gelegd, na ongeveer een dag of 6 gaan ze massaal uitzwermen alsof dan al beseffen dat ze onoverwinnelijk zijn!
En dan begint de ellende. Elke vis in de buurt word "getorpedeerd", bij mij zwommen ze voor de rotsen tot op 15 cm van de snufferd van 2 volwassen A. compressiceps (zaten tussen de rotsen) en die durfen hun kop niet te laten zien!
Nog sterker: ik kwam een keer thuis en ik zag tot mijn stomme verbazing mijn volwassen A. compressiceps meteen achter de 200 pasgeboren L. elongatus jongen zitten, alsof die de moeder zelf was, ma Elongatus zat gewoon rustig aan de andere kant van de bak, het was verbazingwekkend duidelijk hoe sterk haar gezag heerste.

Het zijn zoals dat heet substraatbroeders, dat wil zeggen dat ze de eieren gewoon ergens "neermikken" en dan "de boel wel even regelen", dus geen holletje opzoeken en dus ook de boel niet bij elkaar houden.
De jongen groeien vrij vlug, de mannen veel sneller als de vrouwen.
Ik raad niemand aan met deze vis te gaan kweken mits je een bak van hebt van zo’n 3 meter lang en ervaring met cichliden hebt!
Op dit moment zit ze solo zonder jongen in mijn bak samen met 2 A. compressiceps, 2 V. moorii, 1 L. lemairii, 1 L. pleuromaculatus, 2 Haplotaxodon microlepis, 1 Eretmodus cyanostictus,3 Synodontissen en 7 Cyprichromis leptosoma Tricolor.
Mixen met Eretmodus gaat NIET, door het formaat van mijn bak gaat het net, maar niet adviseerbaar. De mix met de Lepidiolamprologus pleuromaculatus gaat heel goed, na enkele hevige gevechten zijn ze nu de beste maatjes, maar ook niet adviseerbaar omdat ze beiden even groot zijn en elkaar in evenwicht houden. Met Cyps en Syno's gaat het prima. Verder is de vis voortdurend aan het dreigen met de rest van mijn vissen die niet meer zo gemakkelijk de gehele bak kunnen doorzwemmen waarbij het de A. compressiceps omdat ze onderdanig gedrag vertonen nog wel lukt.
Geen enkele van mijn vissen heeft vinscheuren of iets dergelijk, maar het blijft gewoon een lastige vis. Persoonlijk hoop en denk ik dat de nakweek van deze onberekenbare maar zeer fraaie vis tenminste wat rustiger zal zijn, want een solo L. elongatus is beslist een aanrader, mits je je bestand erop aanpast. Ideale bijvis voor bijvoorbeeld een wat stevige school van een Cyphotilapia soort.