Lepidiolamprologus hecqui

Lepidiolamprologus hecqui

Lepidiolamprologus hecqui

Lengte: 8 cm - 5 cm
Legsel: 25 eieren
Aquarium: 100 cm - 160 liter (Dit is echt de minimale bakmaat omdat het mannetje zeer explosief kan reageren)
Voeding: Witte, zwarte muggenlaren, mysis, daphnia, artemia, vlokvoer etc.
Verspreiding: Komt voor in het zuiderlijke helft van het meer.
Habitat: De L. hecqui wordt aangetroffen in en nabij lege slakkenhuizen met een zanderige ondergrond. Op diepten van 5 tot 20 meter.


Ervaring: De Lepidiolamprologus hecqui is het best te houden in een soortbak. Deze vis is soms zo agressief dat hij de hele bak kan terroriseren waardoor het mannetje de bak domineert. Andere soorten komen zo minder goed tot hun recht.

Vooral in het begin toen ik deze vis net in mijn aquarium had zwemmen begon de man zijn territorium af te bakenen. Hij was gelijk erg aanwezig en liet zijn aanwezigheid meteen gelden. Hij nam direct beslag op een hol en joeg het vrouwtje de hele bak door. Ik heb me toen even zorgen gemaakt, maar het vrouwtje kan gelukkig wel redelijk tegen een stootje.
Het vrouwtje mocht in eerste instantie niet in de buurt van de schelpen komen die hij ook geclaimd had terwijl hij er niet eens volledig in paste. Met als gevolg dat het vrouwtje geen intresse meer had in de schelpen en vervolgens aan de andere kant van de bak ook in een hol ging wonen. Wat mij op viel was dat het vrouwtje meer toenadering ging zoeken tot het mannetje en dat het mannetje haar meer ging tollereren bij de schelpen. Maar ook dan had het mannetje soms erg last van “moodswings”. Het ene moment mocht ze bij de schelpen komen en van het een op het andere moment kon ze afgetuigd worden als hij het wel genoeg vond.

Ik heb ook een paar keer gezien dat het vrouwtje het mannetje naar haar hol wou lokken maar hier is jammergenoeg nooit iets van gekomen. Ter zijne tijd word het vrouwtje door het mannetje eens flink te grazen genomen waarbij de schubben wel eens los hangen maar in tegenstelling tot dit zwemmen ze vervolgens weer bij elkaar. Jammergenoeg kan ik het dus niet echt een koppeltje noemen…….
Qua voedsel nemen ze alles wat je ze maar geeft. Ze zijn verschrikkelijk gulzig en happen al vaak al boven water voordat het vlokvoer het wateroppervlak geraakt had. Ook zijn deze vissen erg nieuwschierig te noemen. Hij heeft verder menig maal mijn hand te grazen genomen wanneer ik de ruit aan het schoon maken was.

De inrichting van de bak zou ik hoofdzakelijk een dikke laag zand met een hele boel schelpen neerleggen. Verder zullen een paar grote stenen en wat vallisneria voor zichtonderbreking moeten zorgen waardoor de man misschien wat rustiger word.
Als medebewoners zou ik alleen gaan voor een groepje synodontis Petricola (lucipinnis). Deze zorgen voor wat afleiding van de man en kunnen erg goed tegen een stootje.

Kweek: Ik ben van mening dat deze soort vrij moeilijk te koppelen is, daarom als ik het weer zou moeten doen zal ik beginnen met 1 mooie man in combinatie met een stuk of 3 vrouwtjes. Nu weet ik niet of de vrouwtjes elkaar tollereren, maar op deze manier word de agressie teminste een beetje verdeeld. Misschien dat het houden van een harem beter gaat dan het houden van een koppel. Anders vormt er zich op deze manier een matchend koppeltje waardoor er toch misschien jongbroed van zou kunnen komen.