Neolamprologus cylindricus

Neolamprologus cylindricus

Neolamprologus cylindricus

Lengte: 12 cm - 10 cm
Legsel: 50 tot 200 eieren
Aquarium: 100 cm - 160 liter
Voeding: Witte, zwarte muggenlaren, mysis, daphnia, artemia, vlokvoer etc.
Verspreiding: Komt voor langs de zuidelijke oevers van Msalaba (Tanzania) tot aan Chituta Bay (Zambia).
Habitat: De N. cylindricus wordt aangetroffen bij rotsachtige gebieden op een diepten van 5 tot 25 meter.


Ervaring: De N. cylindricus is een prachtige cichliden die niet veel gehouden wordt Tanganyika-biotopen. Dit is helaas jammer, want het is een erg mooi getekende cichliden die dezelfde lichaamsbouw heeft als een Neolamprologus leleupi. De kleuren van de N. cylindricus zijn natuurlijk anders, want hij is créme van kleur en heeft ongeveer 10 bruine verticale brede strepen en de vinnen zijn groen/blauw tot geel/blauw en laten een mooie iriserende schittering zien. Ook zijn de vinnen met de kleur blauw omzoomd. Jonge cichliden van deze soort zijn een stuk lichter maar worden uiteraard ook als de volwassen exemplaren.
Omdat ze erg veel op de Neolamprologus leleupi lijk kun je ze beter niet combineren.

De Neolamprologus cylindricus is een mooie cichliden alleen de ervaring is er naar dat koppel het niet erg lang uithoud in een klein aquarium. Na verloop van tijd breekt er altijd een gevecht uit waarbij het vrouwtje het onderspit delft. Het is dus echt nodig dat deze vis een ruime bak nodig heeft.
Beter is het om een koppel in een gezelschapsbak met andere cichliden te houden, zodat het koppel afleiding heeft. Het is echter ook mogelijk om een groepje te houden maar dan is een groot aquarium zeker nodig. In een groot aquarium hebben ze namelijk genoeg plek om een territoria uit te zetten. Hierdoor zullen de mannetjes genoeg plek hebben om te paren met 1 of meerdere vrouwtjes.

Kweek: De kweek van deze cichlide is niet al te moeilijk, mits er een goed koppel is. De N. cylindricus is geslachtsrijp vanaf zo'n 8 centimeter.
Je kunt het beste beginnen net als alle Neolamprologus soorten met een groep van ongeveer 5 jonge dieren, als zich hier dan een koppel vormt is het verstandig om de overige cichliden te verwijderen.
Het kan best voorkomen dat 1 man bij meerdere vrouwen een nest maakt. Hierdoor moet je alleen de solide cichliden verwijderen.
De eitjes worden gelegd in een hol, meestal zijn het er ongeveer 50 maar dit kunnen er ook 200 zijn. 200 eieren komt pas voor als de vrouw een langere tijd geen legsel heeft gehad. De vrouw neemt meestal de broedzorg op zich, maar de man kan zich ook gaan bemoeien met het jongbroed, waardoor er een bepaalde agressie kan gaan ontstaan. De jongen kunnen worden gevoerd met Artemia-Naupliën.