Neolamprologus signatus

Neolamprologus signatus

Neolamprologus signatus

Lengte: 6 cm - 4 cm
Legsel: 15 eieren
Aquarium: 60 cm - 60 liter
Voeding: Witte, zwarte muggenlaren, mysis, daphnia, artemia, vlokvoer etc.
Verspreiding: Komt in het zuidelijke deel van het meer voor.
Habitat: De N. signatus komt op een zanderige en modderige substraat voor op diepten van 30 tot 75 meter.


Ervaring: De Neolamprologus signatus kunt U houden in koppel maar ook in een harem. Het kan voorkomen dat het 2de vrouwtje weg gejaagd wordt of zelfs gedood kan worden, omdat de N. signatus best agressief kan zijn. Je zult dus goed moeten kijken of jou N. signatus 2 vrouwen kan houden of niet.
Het mannetje heeft een territorium van ongeveer 25 centimeter om zijn slakkenhuis heen. Alleen zal hij af en toe daar buiten gaan om toch zijn territorium te verdedigen. De N. signatus heeft eigenlijk een aantal zelfde eigenschappen als de slakkenhuis soorten. Dit is vooral dat als er een Synodontis hun eitjes proberen op te eten dat ze deze bij hun voorvin pakken en deze halverwege de bak weer loslaten. Ook van je hand is het mannetje absoluut niet bang, hij zal nooit voor je hand vluchten maar valt hem direct aan als je te dicht bij zijn slakkenhuizen komt.
Het vrouwtje houd zich graag op, op het zand dicht bij een slakkenhuis, en komt daar niet ver vandaan. Ze blijft echt dicht bij haar slakkenhuis of erin.
Het mannetje gaat op den duur kuilen graven langs de slakkenhuizen waar ze in wonen, mijn ervaring is dat het mannetje s’nachts in deze kuilen gaat liggen om de wacht te houden over de slakkenhuizen. De slakkenhuizen in graven doen ze niet echt dus dat kun je het beste zelf doen, zodat de ingang nog net boven het zand uitkomt. Andere zeggen overigens dat ze dat wel doen maar bij mij was dat niet het geval.

Kweek: Bij deze soort is het geslachtsverschil goed te zien. De man heeft een strepenpatroon wat doorloopt tot in de staart. Soms laat de man zijn strepenpatroon verdwijnen maar in de staart blijven de strepen meestal zichtbaar. De vrouw is beige-bruin gekleurd en heeft geen tekening. Bij de juiste lichtinval zijn regenboogkleuren waar te nemen op de schubben en rond de ogen. Dit kunt U redelijk zien op de foto.
De N. signatus is een holenbroeder. Een verschil met andere holenbroeders is dat de eitjes niet kleven aan substraat. Dat is in zandholen immers niet nodig.
Bij de N. signatus zorgen beide ouders voor de jongen. In de broedperiode zullen de ouders ook agressiever zijn om de jongen te beschermen tegen indringers.
De jongen kunnen de eerste drie weken worden gevoerd met Artemia-Naupliën. Wanneer de jongen wat groter zijn kan er worden afgewisseld met droogvoer, klein diepvriesvoer en levend voer.