Ophthalmotilapia nasuta

Ophthalmotilapia nasuta

Ophthalmotilapia nasuta

Lengte: 20 cm - 17 cm
Legsel: 30 eieren
Aquarium: 200 cm - 700 liter
Voeding: Witte, zwarte muggenlaren, mysis, daphnia, artemia, vlokvoer etc.
Verspreiding: Komt voor in het gehele meer.
Habitat: De O. nasuta wordt doorgaans aangetroffen boven overgangszones tussen rotsen en zand op een diepte van 2-15 meter.


Ervaring: Momenteel houd ik mijn Ophthalmotilapia nasuta's in een 200x60x60 aquarium. Medebewoners zijn Cyprichromis "Jumbo" kitumba, Xenotilapia singularis, Neolamprologus buescheri en Altolamprologus calvus.
De omgang met de o.a. de dominante Cyprichromis gaat redelijk goed, beide soorten verjagen elkaar constant. Alleen als de nachtverlichting aan gaat zie je duidelijk dat de Ophthalmotilapia's zich in het duister beter thuis voelen. Met de overige vissen hebben ze geen bemoeienis.
De mannetjes verplaatsen veel zand tijdens het bouwen van hun legkrater. Het verschil mannetje/vrouwtje is op volwassen leeftijd makkelijk te maken (volgend de literatuur) De buikvinnen zijn bij de mannetjes langer en eindigen in een op een ei lijkend "kwastje". Een ander uiterlijk kenmerk is een puntige anaalvin. In de praktijk blijkt dit lastiger. Ik heb momenteel 5 vissen zwemmen die ruim 2,5 jaar oud zijn waarvan het geslacht op basis van deze uiterlijke kenmerken niet is vast te stellen.
Gezien de benodigde stenen en het vele zand dat ze nodig hebben om een legkrater te bouwen is een zeer ruim aquarium noodzakelijk. Loose adviseert dan ook een aquarium van minstens 200 cm indien er 2 mannetjes aanwezig zijn. En mijn eigen ervaring kan dit alleen maar onderschrijven. Er dienen dan wel minstens 4 vrouwtjes (harem) aanwezig te zijn.

Kweek: Tot op heden is het mij nog niet gelukt om eitjes te krijgen. Zoals beschreven bestaat mijn school uit 6 exemplaren waarvan 1 duidelijke man over de rest twijfel ik (1m/4v of 2m/3v). Het mannetje onderhoudt wel een grote kuil naast een steen en graaft soms op een andere plek een andere kuil. Deze laatste wordt echter niet onderhouden.
Ik heb het idee dat de paar activiteit vooral tegen het schemer inzet omdat ik dan de karakteristieke vinbewegingen zie waarmee het mannetje probeert de vrouwtjes te lokken. Ze zwemmen snel op een vrouwtje af, draaien om en lokken (trillen) met de buikvinnen aan een zijde van het lichaam.