Phyllonemus typus

Phyllonemus typus

Phyllonemus typus

Lengte: 10 cm - 10 cm
Aquarium: 100cm - 160 liter
Voeding: In de natuur staan insectenlarven en kleine vissen op het menu.
In het aquarium kan men deze soort cichlidekorrels, meervaltabletten mysis, witte muggenlarven en garnalenmix (met mate) geven. Het voer moet wel zinkend zijn, en de vissen moeten tijd genoeg krijgen om te realiseren dat er voer beschikbaar is, speciaal wanneer ze liggen te rusten in hun comfortabele hol. Zolang het voer hun bereikt is voeren niet moeilijk. Men moet er ook zorg voor dragen dat ze niet te veel gevoerd worden, daarom hoort daar een dag in de weken vasten ook bij.
Habitat: De Phyllonemus typus leeft in de overgangszones in de buurt van de rotsen.


Inleiding: Vaak hoor je iemand met een grote interesse voor een meerval die niet te groot wordt, die de mogelijkheid bied tot kweken in een aquarium en die ook nog eens een mooie lichaamsvorm heeft. Phyllonemus typus is een meerval die aan al deze criteria voldoet. Het is een kleine, torpedo vormige muilbroeder en zeer capabele rover.
Phyllonemus typus is een lid van de meerval familie "Claroteidae" zoals beschreven door Boulenger (1906).
Phyllonemus typus is één van de 2 soorten uit het genus Phyllonemus, endemisch voorkomend in het Tanganyika meer. Het is geen soort met flitsende kleuren maar heeft een koper- tot roodbruine kleur met een créme kleurige buik. De soort bereikt een grootte van 10cm, wat het mogelijk maakt ze te houden in een groep. Het lichaam heeft een gestroomlijnde vorm met een zeer grote mond, groot genoeg voor het opeten van kleine vissen. Erg opvallend aan het lichaam zijn de lange baarddraden, beginnend bij de neus, waarvan de uiteinden zijn afgevlakt waardoor ze op kwastjes lijken.

In het aquarium: Watercondities moeten hetzelfde zijn als voor de meeste vissen uit het Tanganyika meer, op een temperatuur van ca. 24°C en een pH van 8.
Een aquarium van 60cm is in principe al voldoende om er een koppel in te huisvesten.
Het is echter beter ze in een groep van 6 stuks (3m/3v) te houden in een bak van 100cm, ze kunnen erg territoriaal worden wanneer een paar bezig is met een legsel. Er kunnen zowieso gevechten ontstaan rondom de territoria, vandaar dat het beter is een groep van 6 te nemen, zodat de agressie beter verdeeld wordt. Tevens moeten er om dezelfde reden ook meer holen beschikbaar worden gesteld dan het aantal vissen.
Met de keuze voor medebewoners moet in acht worden genomen dat soorten die competetief zijn in het verdedigen van de ruimte op de bodem van het aquarium, zoals slakkenbroeders en soorten die de lange baarddraden zullen aanvallen, niet geschikt zijn als medebewoners. Dat geldt tevens voor alle Neolamprologus soorten uit het
"Brichardi Complex".
Kleine medebewoners, zoals jongen van cichliden, worden als voer aangezien, en zullen vaak s'nachts opgegeten worden.

Kweek: Deze soort is een Biparentale muilbroeder, wat betekend dat bevruchting en het opnemen van de eieren plaats vindt in de mond van één of beide ouders.
Voor kweektoepassing kan men het beste in de lengte gehalverde terracotta potten gebruiken met en doorsnede van plm. 10cm. Deze holen moeten zo breed zijn want alleen dan kunnen de dieren tijdens het leggen of wisselen van de eieren om elkaar heen draaien.

Eigen ervaring: Ik ben begonnen met 4 wildvang dieren (2m/2v) in een 60cm bak met als plan een kweekstel over te houden. Ze waren niet gewend aan aquariumvoer. Ik heb ze laten wennen aan aquariumvoer door ze 4 weken niet te voeren, waar ze overigens prima tegen kunnen. Je staat er versteld van hoe sterk deze vissen zijn, na 4 weken vasten waren ze niet eens sterk vermagerd.