De biotopen

In het Tanganyika meer zijn 8 soorten biotopen (habitat) waar te nemen. Elk biotoop heeft zijn eigen kenmerken en bewoners, hoewel er ook cichliden zijn die ook meerdere biotopen bezetten. Door het verschillen van de biotopen kunnen we ook afleiden waarom er een zodanig grote variatie in cichliden uit 1 meer is ontstaan.

De Brandingszone

De brandingszone zijn de bovenste 3 meter van een rotsachtig gebied en de overgangszones. Er zijn een aantal cichliden zoals de Eretmodus cyanostictus en Spathodus erythrodon die hebben zich speciaal hebben ontwikkeld om hier te kunnen overleven. Dit komt door de vele turbulentie en overdaad aan voedsel. De meeste cichliden grazen hier dan ook de alglaag van een rots af als voedsel.

De overgangszones

Overgangszone
Deze zone wordt het meeste nagebootst in een Tanganyika aquarium. De overgangszones zijn dan ook kleine rotsen die de zandbodem voor drie kwart bedekken. Hoe diep deze habitat is is niet duidelijk wel komt het vaak voor dat de bodem de eerste 25 meter heel langzaam daalt hierna wordt hij een stuk steiler. Veel cichliden hebben hier hun schuilplaats en vinden hier ook veel voedsel.

De zanderige habitat

Zand habitat
Onder deze habitat verstaan we een zanderige bodem met minder dan 10% beschutting bevat. Op deze habitat worden niet veel cichliden waargenomen, vanwege deze veel schuilplaatsen nodig hebben. Dit zie je namelijk vooral bij plaatsen waar rotsen staan, deze plaatsen zijn dichter bevolkt. Af en toe komen er cichliden die in scholen foerageren op deze habitat. Een groot gedeelte van de familie Xenotilapia heeft zich gespecialiseerd om op zandbodem te leven. Vooral de Xenotilapia melanogenys maakt hier mooie kraters om de vrouwen te laten paren.

Modderige baaien

Modder habitat
Deze habitat wordt vaak gevonden bij uitmondingen van rivieren. De modderdeeltjes worden mee genomen door het water en slaat hierna neer op de grond. In de modder zitten organische resten, deze resten zijn goed voedsel voor allerlei micro-organismen. De micro-organismen dienen op hun beurt weer als voedsel voor schaaldieren, kreeftachtigen, wormen, weekdieren en insecten. Voor veel vissen is hier dan ook genoeg voedsel te vinden. Waterplanten komen hier ook veel voor en bieden voor sommige cichliden schuilplaats of als voedsel. Omdat de modder erg stevig is maken sommige cichliden zoals de Neolamprologus kungweensis en Lamprologus caudopunctatus er door een tunnel te graven hun schuilplaats in. Deze habitat vind je zelden dieper dan 10 meter.

Modderige bodem in dieper gelegen water.

Grote delen bodem van het meer bestaan uit een modderige brij, die soms wel honderden meter dik kunnen zijn. Op deze bodem leggen grote rotsblokken die waarschijnlijk de enige zijn zonder sediment (neergeslagen materiaal zoals zand) bedekt zijn. Deze habitat wordt doorgaans op 60 meter of dieper aangetroffen. Cichliden worden hier dan ook gevangen op een diepten van 100 meter.

De Rotsachtige habitat

Rotsachtige habitat
Op de rotsachtige habitat leven veel cichliden die ook veel voorkomen in de overgangszones. Hier liggen vaak allemaal rotsen op elkaar als een soort netwerk. In de slepen en scheuren van de rotsen zijn veel cichliden te vinden. De cichliden die alleen hier voorkomen zijn te vinden op grote diepten. Op dit soort rotsen zit veel Aufwuchs maar geen sendiment.

Slakkenkerkhoven

Slakkenhuiskerkhof
De slakkenkerkhoven worden door verschillende soorten cichliden bewoont. We hebben 2 soorten habitats kwa slakkenkerkhoven. Je heb namelijk kerkhoven waar allemaal lege slakkenhuizen op elkaar liggen maar ook een zandbodem met hier en daar een leeg slakkenhuis. De Lamprologus ocellatus en Lamprologus multifasciatus zijn een goed voorbeeld van de cichlide die deze habitat bewonen.

Het open water

We kennen 2 soorten open water, de Pelagische Wateren en Bentische wateren. Het verschil tussen de 2 is:
De Pelagische wateren is het open waterkolom uit de kust tussen het oppervlak en de zuurstofarme diepere waterlagen. Er bevinden hier wel cichliden maar ook deze trekken vaak naar beschutte gebieden door middel van rotsen. De cichliden die voorkomen zijn grote scholen vrijzwemmende cichliden voor, zoals Cyprichromis leptosoma of de non-cichlide Lamprichthys tanganicanus. Het hoofdvoedsel van de vissen bestaat hier uit plantaardig en dierlijk plankton.
De Bentische Wateren ofwel de diepzee van het Tanganyikameer. Deze wateren zijn de diepere zuurstofdragende waterlagen van het meer. Door lage zuustofgraad en het vrijwel geen licht hebben van de daar levende cichliden grote ontwikkelingen gemaakt. De erg mooie en sierlijke Benthochromis tricoti wordt vaak aangetroffen in deze streek.