Xenotilapia sp. “papilio sunflower”

Xenotilapia sp. "papilio sunflower"

Xenotilapia sp. "papilio sunflower"

Handelsbenaming: Xenotilapia chituta
Lengte: 9 cm - 9 cm
Legsel: 15 eieren
Aquarium: 100 cm - 160 liter
Voeding: Witte, zwarte muggenlaren, mysis, daphnia, artemia, spirulina etc.
Verspreiding: Komt voor langs de zuidoostelijke oever, tussen Chituta Bay en Msalaba.
Habitat: De X. papilio "sunflower" wordt gevonden op overgangszones en rotsachtige gebieden, op diepten van 2 tot 45 meter.


Ervaring: De X. sp. "papilio sunflower" is een bijzonder en vrij zeldzame cichliden. De X. sp. "papilio sunflower" is namelijke vrij moeilijk te transporteren, want ze leven meestal op een diepten van 40 meter en er gaan er veel dood tijdens de decompressie tijd naar de oppervlakte. Als ze dan eenmaal aan de oppervlakte zijn dan gaan er nog een vrij groot aantal dood door de stress. De X. sp. "papilio sunflower" is namelijk erg stress gevoelig. Dit zie je ook in je aquarium als ze van je schrikken dan kleuren ze gelijk donker.
Ik geef een tip als je de X. papilio "sunflower" gaat houden wees ervan bewust dat ze heel veel springen ik ben hier 3 X. sp. "papilio sunflower" aan verloren doordat ze zichzelf beschadigde. Ik heb nu een soort dekruit gemaakt waardoor ze zichzelf niet kunnen beschadigen.

De X. sp. "papilio sunflower" is iets anders dan zijn familieleden, want de X. sp. "papilio sunflower" leeft in een habitat met rotsen en zand. Terwijl zijn familieleden alleen zand nodig hebben. Dus plaats een aantal rotsen in het aquarium. Ik gebruik 3 vrij grote rotsen en een rotsachterwand. Ook heb ik 2 grote bossen Vallisneria spiralis waar ze vaak te vinden zijn.

De X. sp. "papilio sunflower" kan af en toe best fel uit de hoek komen tegen soortgenoten. Ik heb tot nu toe alleen de X. sp. "papilio sunflower" in mijn aquarium zitten maar je kan ook als bijvis een groep Paracyprichromis nigrippinis nemen. Hierdoor heb je toch wat meer cichliden in je aquarium en dit een een goede combinatie.

Kweek: De X. sp. "papilio sunflower" is een biparentele muilbroeder. Na een jaar te hebben gehouden zijn de xeno’s oud genoeg om te kweken en dit merk ik ook. Ik heb nu in 2 maanden tijd 3 nesten mogen aanschouwen.
De X. sp. "papilio sunflower" is dus een biparentele muilbroeder dit houd in, dat alle 2 de ouders voor de jongen zorgen en in hun bek nemen. Hoe lang de ouders de eieren weet ik niet precies maar denk dat het rond de 3 weken zit. Hierna laten de ouders de jongen los en zullen ze dan ook zo goed mogelijk beschermen. Na ongeveer 2 weken als de jongen te groot worden zullen de ouders de jongen loslaten en dan kijken ze ook niet meer naar de jongen om. Dit is meestal jammer, want op dit punt worden de meeste jongen opgegeten.
Als je toch de jongen wilt laten overleven, kun je de ouders met de jongen in de bek vangen en deze in een uitzwembak plaatsen. Doe dit pas als de jongen al vrij groot zijn, want de kans is groot dat de ouders de jongen dan uitspugen en met rust laten. Zodra de jongen losgelaten zijn kun je de ouders weer in de normale bak plaatsen.
De jongen voer je net uitgekomen Artemia-naupliën, cyclops, bosmiden etc. alles wat klein genoeg is wat ze kunnen opnemen kun je ze voeren.